Werkwoorden en onderwerp
d, t of dt, de verleden tijd, het voltooid deelwoord, het hele werkwoord, en of de persoonsvorm bij het onderwerp past. Ook sterke werkwoorden en de plaats van de persoonsvorm.
- Wordt jij ook moe?Word
- Het is gisteren gebeurt.gebeurd
- Wij verhuisde vorig jaar.verhuisden
- Hij loopte naar huis.liep
- Gisteren ik reed met mijn tante naar Groningen.reed ik
Woorden die op elkaar lijken
Woorden die vaak verwisseld worden, waarbij de zin zegt welk woord het moet zijn.
- Hij is groter als ik.dan
- Ik ga met jou fiets naar school.jouw
- Me moeder zegt dat het mag.Mijn
- Er loopt een bruin paart door de wei.paard
Spelling van gewone woorden
Een woord dat niet bestaat en maar één verbetering heeft. Heeft het er meer, dan zwijgt de controle.
- Ik vind het tog wel leuk.toch
- Wij hebben een wite muur.witte
- Wij hebben gisteren op het voetbal veld een wedstrijd gespeeld.voetbalveld
Hoofdletters en leestekens
Alleen wat zeker is. Komma's meldt de controle alleen waar de regel vastligt, en een appje zonder punten blijft met rust als het platform dat zo instelt.
- We gingen naar huis. daar was niemand.Daar
- We hebben op Maandag een toets. Ik heb er zin in.maandag
- Als het morgen de hele dag regent blijven we binnen.regent, blijven